groen zwaardsloot 10Zoetermeer is een groene oase in de Randstad: een mekka voor bloemen, planten, vogels en andere dieren. In de serie ‘Zoetermeer, Natuurlijk Groen’ gaat Zoetermeer Actief met u op pad in de natuur in en rond Zoetermeer. Vandaag de zevende aflevering:  Jan Buurma, volkstuinier in hart en nieren.

groen zwaardsloot 1“Kijk. Dit is mijn tuintje. Tuin nummer 33. Hij is 87 vierkante meter groot. Ik heb hem al vijfentwintig jaar.” Gele courgettes, aardappels, groene asperges, aalbessen, ’n  stukje grond met gras en kruiden om de biodiversiteit te stimuleren: het is een kleurig lustoord voor mens en dier. Een 30 meter lange heg zorgt voor de schaduw.

Zoetermeerder Jan Buurma – een rasverteller – is aan het woord. Hij woont in De Leyens en fietst al die jaren een paar keer per week naar zijn tuin: in de wintermaanden wat minder vaak. Hij is niet zomaar een volkstuinier. Zo spit hij de aarde niet om met een schop. Hij gebruikt noch hark, noch schoffel.  Zijn gereedschappen: een riek en een snoeischaar. En de planten begieten doet hij ook al bijna niet. Hij gaat ons straks vertellen, waarom hij zo anders dan veel andere tuiniers te werk gaat.

groen zwaardsloot 4We zijn op het volkstuinencomplex van Tuinvereniging De Zwaardslootsetuinen, pal achter de Zwaardslootseweg richting Leiden. In een van de grote bomen huist een nest torenvalken. Zij verschalken muizen. Het nest is er vijf jaar geleden door Buurma eigenhandig opgehangen. De tuinvereniging bestond toen twintig jaar. Zo’n vijftig volkstuiniers hebben hier hun tuintje. Bijzonder aan de Zwaardslootsetuinen is ondermeer het bewateringssysteem. Via een tuinslang wordt het water uit de ringsloot over een dijkje heen naar een waterbassin in de tuin geleid.

Het is geen toeval dat Buurma’s oog op een volkstuintje viel. Hij is een echte boerenzoon, komt van oorsprong uit Noord-Groningen. “Ik ben een echte akkerbouwer. Ik heb interesse in grond en gewas, niet zozeer in het inmaken van en het koken met de groenten en het fruit.”

 

Gewoon verschrikkelijk veel plezier

Toen Buurma 18 jaar was ging hij naar de Landbouwhogeschool (tegenwoordig Landbouwuniversiteit) in Wageningen,. Hij studeerde plantenteelt, bedrijfseconomie en bodemvruchtbaarheid. Nu werkt hij als onderzoeker bij Wageningen Research. “Ik kan mijn kennis goed gebruiken in de volkstuin. Maar economisch rendabel is-ie niet,” lacht hij. “Je verdient er niets mee. Wat trouwens ook niet mijn bedoeling is.” Dat hij aan het tuinieren gewoon verschrikkelijk veel plezier beleeft, blijkt uit zijn enorme enthousiasme voor de bodem.

Buurma heeft vijf jaar op het Indonesische eiland Java gewoond en gewerkt met zeven andere Nederlandse landbouwwetenschappers. Zij deden met vijftig Indonesische collega’s onderzoek op een proefstation bij Bandung. Ze onderzochten mogelijkheden om de teelt van sjalotten en hete pepers op Java milieuvriendelijker te maken.

In 1993 kwam de tuin. Hij zette er niet zomaar wat planten in, maar verdeelde de tuin in drie blokken.  Een voor de kool en sla, een voor aardappelen, uien en rode biet en eentje voor de peulvruchten. Blok een heeft meer bemesting nodig dan blok drie. De gewassen rouleren van jaar op jaar over de drie blokken. “Dat is om bodemziektes en bodemmoeheid te voorkomen. De Romeinen pasten dit principe al toe.”

 

“Het bodemleven is heilig voor mij. Spitten doe ik niet”

groen zwaardsloot 3groen zwaardsloot 6En dan nu de gedachte achter het niet spitten  van de grond. “Spitten is alleen nodig  als de grond verdicht is of vol zit met onkruid. Voor de planten is er geen enkele noodzaak of werkt het zelfs nadelig. Zo’n 80 a 90 procent van het bodemleven bevindt zich namelijk in het bovenste 5 cm  van de grond. Als je dat gaat onderspitten, begraaf je eigenlijk de vruchtbare bovengrond. Het bodemleven is heilig voor mij. Net als voor biologische boeren trouwens.” Om het bodemleven te bevorderen, doet Buurma ieder voorjaar compost en mest op de grond. Om de bovenste laag zo los mogelijk – zo kan je bijvoorbeeld het onkruid er gemakkelijk uithalen – te houden, loopt hij zelf niet op de grond. Hij gebruikt een houten balk als brug om bij poten, wieden en oogsten niet over zijn teeltbedden te hoeven lopen.  Om de grond zo los mogelijk te houden , zal je Buurma ook nooit met een hark in de weer zien. “Daarmee maak je de grond te fijn en te gevoelig voor dichtslaan bij regen.”

Ook aan gieteren heeft Buurma een broertje dood. “Het is eigenlijk niet nodig. We hebben hier kleigrond.  Klei zit vol met water en het grondwater zit niet diep. Gieten heeft daarom niet zoveel zin. “Mensen kopieren het gedrag van het water geven aan de planten in de vensterbank naar hun volkstuin, en maken de grond eigenlijk te nat.”

Buurma werkt zoveel mogelijk biologisch, zoals de meeste andere volkstuiniers op dit complex. “Een heel enkele keer zondig ik wel eens om aardappelziekte te bestrijden. Voor de rest gebruik ik alleen biologische middelen, zoals slakkenkorrels van Ecostyle.”

De oogst van het stukje grond wordt gedeeld met andere tuiniers en met de buren. Een laatste vraag. Wat is zijn lievelingsplant? Hij hoeft niet lang na te denken. “Dat is de aardbei. Het is een dankbaar gewas met een mooie oogst. Ik eet ze ook nog eens graag.”

Tekst Christa van der Hoff

 

-advertenties-

-goede doel-

-Actie(F)tas-